Stambomen


Thomas Sergeant en Lijsbeth van Oucoop


Op zondag 15 oktober 1634 vond er op het huidige adres Westermarkt 6 een hartstochtelijke gebeurtenis plaats met verstrekkende gevolgen. De filosoof René Descartes deelde er de sponde met het dienstmeisje Helena Jans van zijn huisbaas. Negen maanden later werd op 19 juli 1635 een meisje geboren, Francientje, dat negen dagen later door de ouders in haar geboorteplaats Deventer ten doop werd gehouden. In het doopregister van de Hervormde Kerk staat het opgetekend: ‘Fransintge’, dochter van Helena Jans en Reijer Jochems. Descartes had zijn naam vernederlandst: René was Reinier (Reijer) geworden en de naar ’s lands wijs erachter gevoegde voornaam van zijn vader Joachim was Jochem geworden. Hij had door deze doop het kind dan wel erkend, maar zijn ongehuwd vaderschap moest geheim blijven, want dat zou koren op de molen van de vijanden van zijn filosofie zijn.

....
Dat maakt Descartes depressief. Hij meed contact met vrienden en zag af van publicaties die hem in conflict met de rooms-katholieke kerk zouden brengen. Maar nadat hij zijn intrek had genomen bij Thomas Sergeant in de ‘Westerkerckstraat’ (het huis keek toen uit op de muur van het Westerkerkhof, dat later plaats zou maken voor een marktplein), raakte hij uit de put en wel door de romance met het dienstmeisje Helena. 
Francientje is op 7 september 1640 in Amersfoort overleden. Descartes was erg aan haar gehecht.
(Bron: http://www.onsamsterdam.nl/component/content/article/15-dossiers/dossiers/1383-westermarkt-6-15-oktober-1634)
 
1950 maandblad jaargang 37 - Genootschap Amstelodamum
Over Descartes:  (pag 19)
In December 1633 is hij terug in Amsterdam. ,,Het enige wat ik zoek is kalmte en zielerust” schrijft hij in deze dagen. In een brief van 15 Mei 1634 geeft hij zijn adres: hij woont bij Thomas Sergeant, Frans schoolmeester en boekhandelaar in de Westerkerkstraat. Dr. Breen heeft gevonden, dat dit huis het perceel Westermarkt 6 is. De wijsgeer woonde dus aan de rand van de stad in een, in die dagen moderne wijk in de schaduw van de in 1631 voltooide Westerkerk. Behalve de raamindeling verkeert het huis uiterlijk nog vrijwel in de oude staat. Ter herinnering aan Descartes’ verblijf is op 16 October 1920 een gedenksteen in de gevel aangebracht. Bij die gelegenheid is er namens ons Genootschap het woord gevoerd door de toenmalige voorzitter, Prof. Dr. H. Brugmans.
(Auteuer: De La Fontaine Verwey)
-------
HET WOONHUIS VAN DESCARTES (pag. 139-141)
In zijn bijdrage over ,,Descartes en Amsterdam” noemt de heer De La Fontaine Verwey op een enkele plaats de naam van Thomas Sergeant, de eigenlijke bewoner van het huis Westermarkt 6, bij wie Descartes enige tijd woonachtig was. Het lijkt mij daarom niet ondienstig de geschiedenis van het huis en zijn vroegere bewoners in dit blad in grote trekken vast te leggen. Hetgeen weinig moeite kost, omdat Dr. Joh. C. Breen deze reeds in ,,De Amsterdammer” van 9 Oct. 1920 (No. 2259) heeft verhaald en ik tevens kon putten uit de bewaard gebleven oudste koopbrieven van 1624 af, mij welwillend door Mevr. Aendcwiel ter beschikking gesteld. Merkwaardig genoeg nam ,,Amstelodamum”, dat toentertijd  naarstig alle nieuws omtrent Amsterdams gebeuren placht te noteren, van dit artikel geen nota. Om het verzuim te herstellen wordt daaraan het volgende aan deze bevoegde hand ontleend - hier en daar door mij aangevuld en van noten voorzien.
Thomas Jacobsz. Sergeant begaf zich de 6e October 1607 als 22-jarige jongeman in ondertrouw in de Oude Kerk. Hij verklaarde uit Dordrecht geboortig te zijn en sinds drie jaren te Amsterdam gevestigd en in de Pijlsteeg te wonen. Van beroep was hij Franse schoohneester. Bij ontstentenis van zijn - vermoedelijk overleden - vader werd hij vergezeld van zijn moeder Harte Loyson. Zijn bruid was de 21-jarige Lysbeth van Oukoop (in Amsterd. Jaarb. 1899 p. 74 Elisabeth van Aucoop), geboren te Rotterdam, maar sinds haar tweede jaar woonachtig te Amsterdam, thans a.d. Oudezijds Voorburgwal. Ook zij werd enkel door haar moeder Betteken Merssijx vergezeld. De 21e October voltrok Ds. Plancius hun huwelijk in de Oude Kerk.
In 1609 werd hun zoon Jacob (1) in Schiedam geboren, waarheen zij dus vermoedelijk vertrokken waren na hun huwelijk. In 1613 vinden wij Sergeant te Amsterdam terug en genoemd onder de leden der Brabantse kamer. Tussen 1614 en 1627 liet het echtpaar een achttal kinderen dopen. 
In 1616 op de 11e Mei werd Thomas Jacobsz. in het makelaarsgilde opgenomen. Sinds 1631 komt hij ook als boekdrukker voor.
In 1624 besloot Sergeant een eigen huis te kopen. Aan de Noordzijde van het Kerkhof dat om de Westerkerk lag, had het Leprozenhuis terrein liggen. Een drietal erven van 20 voet breed en 60 diep werd verkocht. Het middelste daarvan, getekend met no. 36 werd aan Thomas Jacobsz. overgedragen op 22 Augustus 1624.
De metselaar Engel Jansz. had op deze erven reeds huizen gebouwd. Te-zijne behoeve werd dezelfde dag door Sergeant een termijnbrief van ƒ 11OO.- verleden, die op 10 Oct. 1626 werd voldaan. (2)
Mogelijk ontleend aan zijn vaders naam, ‘koos Sergeant als uithangteken Sint Jacob. Van moederszijde was hij aan de schilders Adriaan en Jacob van Nieuland verwant. Zijn dochter Anna huwde met Jacob du Pire, bloedverwant van de vrouw van v. d. Helst. 
De 12e Januari 1650 overleed Sergeant en werd de 15e d.a.v. in de Walenkerk begraven. Zeven kinderen waren toen nog in leven. De 27e Juli 1655 draagt de weduwe het huis over aan Jacob Jansz. de Ree (3). De waarde bedroeg weliswaar ƒ 6000,-, doch ten laste van het huis kwamen een rentebrief van ƒ 1400 en een schepenkennis van ƒ 4000, zodat de weduwe slechts ƒ 600 in contanten ontving. In de leeftijd van 93 jaar overleed Lysbeth van Oukoop eerst op 25 Augustus 1679 en begraven in de Nieuwe Kerk. Als haar woonplaats werd nog de Westermarkt genoemd. Breen tekent hierbij aan, dat eigenaardig genoeg eerst na haar dood het huis in het verpondingsboek op naam van de nieuwe eigenaar staat, misschien een familielid bij wie zij inwoonde.
In 1687 verkocht de zoon van Jacob Jansz. de Ree het perceel aan Jean du Pire (4). Het huis werd aangeduid als ,,daer de Ree in den gevel staet ” (5). Deze Jean is wellicht de zoon van vorengenoemde Jacob du Pire, de schoonzoon van Sergeant. Althans vernemen wij uit de acte van overdracht van 19 November 1710 - waarvan Breen geen gewag maakt - dat Ds. Jacobus du Pire, Bedienaar des Goddelijken woords tot Delft, op ‘t aangaan van zijn huwelijk bij huwelijks voorwaarde de 13e December 1701 gepasseerd voor not. Hendrik de Wilde, door zijn ouders begiftigd was met het perceel, ,, staande en leggende op de Noordzijde van ‘t Westerkerkhof, nu de Westermarkt genaemt, daar de Rhee in de gevel staat.” In ‘t voormelde jaar 1710 draagt hij het huis over aan Jan Geurssen voor ƒ 6000,- nl. 13000,- contant en ƒ 3000,- op interest. Deze Ds. du Pire zou dan de achterkleinzoon zijn van Sergeant.
Op 12 Januari 1714 wordt het huis verkocht aan Ds. Johannes D’Outrein, ,,Bedienaar des Goddelijken woords binnen dese stad” die verklaart daarvoor schuldig te wesen aan Jan Geursen en Agneta van Hoekgeest, echteluyden, de som van negen duizend achthonderd gulden, welke betaald werden 1/3 part contant, 1/3 op 1 Nov. e.k. en het laatste 1/3 part op 1 Mei 1715. De koopsom was dus opgelopen in deze vijf jaar van ƒ 6000 in 1710 tot ƒ 9800.
Mogelijk was toen de verbouwing van het perceel ter hand genomen, waardoor het zijn tegenwoordige aanzien kreeg. De Voorl. Mon. lijst stelt de Lod. XIV klokgevel op ca. 1700.
De dan volgende acte van overdracht stelt in het licht, dat bij testament van 28 4ug. 1721 door Ds. Johannes D’Outrein het huis aan zijn dochters Charlotte Amelia en Judith Helena, ieder voor de helft, werd toebedeeld. Bij scheiding der nalatenschap van Charlotte Amelia, die ongehuwd gestorven was, werd ingevolge haar testament van 26 Juli 1730, haar deel voor de helft toegewezen aan Franciscus Drijfhout, de echtgenoot van genoemde Judith Helena D’Outrein, in leven bedienaar des goddelijken woords te Deventer en Ds. Abraham Jacob Schluyter V.D.M. te Zutphen, echtgenoot van Catharina Geertruyd D’Outrein, zuster van de twee vorengenoemden. In 1750 dan verkopen de beide zusters, Judith Helena is dan weduwe, de een voor haar vierde part, de laatste voor haar drie vierden part, het huis, als vroeger omschreven, aan Pieter Adriaanse en deszelfs huysvrouw Suzanna de Boek voor ƒ 7525,- contant.
Putte ik deze gegevens uit de koopbrieven, Dr. Breen vermeldt Johannes D’Outrein als de bekende predikant wiens theologische werken, vooral zijn verklaring van de Heidelbergse Catechismus nog niet zijn vergeten en die, als gematigd Coccejaan, tot op zekere hoogte een aanhanger was van de philosophie van Descartes. Tot zijn overlijden op 24 Februari 1722 heeft D’Outrein het huis op de Westermarkt bewoond. De weduwe van Pieter Adriaanse maakte 20 Febr. 1773 haar testament en op 15 Juli 1776 (Breen noemt abus. 1773) werd, in opdracht van de executeurs harer nalatenschap, het huis in publieke veiling verkocht voor ƒ 8500,-. Eigenaar werd de ,,vermaarde”kunstkenner en verzamelaar Cornelis Ploos van Amstel Jacob Cornelisz. (6), die het echter niet zelf bewoonde, aldus Breen, die verder mededeelt, dat het omstreeks 1804 voor enkele jaren verhuurd was voor f 650,- aan Ds. J. L. Wolterbeek, dezelfde die in 1840 als oudste predikant der Nederduits Herv. Kerk een kerkelijke rede hield bij de inhuldiging van Willem II.
Over de latere eigenaars en koopsommen zijn mij geen gegevens bekend. Uit het Makelaarsweekblad van 29.11.49 bleek mij, uit een artikel van de heer L. C. Schade van Westrum, dat in 1918 de heer W. G. Schijffelen de eigendom verwierf en er zijn  makelaarskantoor vestigde. Vermeldt de heer De la Fontaine Verwey dat Dr. Breen heeft gevonden, dat Descartes op de Westermarkt 6 gewoond heeft, de heer Schade van Westrum noemt de heer Schijffelen, de redacteur van het Mak. Wbl., als degeen bij wie het vermoeden rees, dat de Franse filosoof in zijn huis had vertoefd, welk vermoeden bij onderzoek ter archieve (mogen we aannemen door Dr. Breen) werd bevestigd (7).
Nu er plannen zijn de gevel van dit huis ,,De Ree” genaamd en eerder ,,St. Jacob” te restaureren, mogen we hopen, dat ook de naam weer wordt aangebracht, waaronder het huis ten tijde van Descartes bekend was en oorspronkelijk daaraan gegeven is door Thomas Jacobsz. Sergeant.
Zoals we dat niet enkel bij event. restauraties steeds gaarne zouden zien gebeuren maar, het initiatief van de heren C. Visser en A. E. d’Ailly hervattende, wier pogen in 1937 en 1939 in vele gevallen succes had (8), zouden wij willen pleiten tot het weder aanbrengen van een naamsteen waar dat verantwoord is.
 
1) Deze, Jacob Thomas Sergeant, komt in 1634 en 1035 voor als uitgever van enige toneelstukken en woonde ,,in de Thuynstraet in S. Joris” Ad. jaarb. a.b. p. 74). Ook als ,,courantier” wordt hij genoemd (Mndbl. Amstelodamum 7e jg. bl. 10). Hij overleed in 1636.
2) Volgens de koopbrief van 1624 (ten name van Chergeant) waren lendenen a.d. Westzijde Jeuriaen de Wijse en a.d. O.zijde ‘t erf ,,gecocht bij Engel Janssoen.””
3) Breen noemt als sterfjaar 1655, Mr. A. Dozy echter in genoemd Ad. jaarb. p. 76, het jaar 1650. Gezien Breen mededeelt, dat de wed. enkele jaren later het huis overdraagt en dit volgens de koopbrief in 1655 geschiedde, mogen we, ook blijkens hetgeen verder omtrent de familie Sergeant in dit jaarboek wordt vermeld, 1650 aanhouden.
4) De koopbrief van 1687 ontbreekt. De naam Jean du Pire treft men reeds in 1617 aan bij van Dillen - Bedrijfsleven en Gildewezen van Amsterdam.
5) Nog in 1796
6) Zie over hem en zijn werk o.a. Maandblad Amstelodamum 7e Jaarg. 1920 bl. 94 overgenomen uit de Haagse Post van 7 Aug. 1920.
7) De heer Sch. v. W. spreekt over Thomas Sergeant i.p.v. Thomas Jacobsz. Sergeant en noemt ook hem een filosoof.
8) Zie Maandbl. Ad. 24e jg. bl. 44 en 136 en 26e jg. bl. 6.
(auteur: H.W. ALINGS, alleen de noten zijn hernummerd)
(Bron: http://www.amstelodamum.nl/site/download.php?id=MTM4YWxpdHRsZXNhbHQ=)
 
 
 

In welk ander land kan men genieten van een zo totale vrijheid.

   

 

Huwelijksinschrijving 1607